De Antarctische zomer duurt van november tot en met februari. De temperaturen zijn relatief mild, zo rond 0 tot 5 graden celsius en de dagen zijn lang. Per maand verschilt het dierenleven en het landschap dat u kunt zien. In november is het begin van de lente. Er ligt nog veel maagdelijke sneeuw en er is veel smeltijs en er zijn nog grote ijsvelden.

Van november tot ca. half december is de baltsperiode van de pinguïns. U ziet hoe duizenden pinguïns elkaar het hof proberen te maken en nestjes bouwen op de rotsen. Slinks proberen zij van elkaar steentjes te stelen voor hun eigen nest. Bloemen bloeien op onder meer de Falklands en South Georgia.

Van december tot en met januari is het echt zomer in Antarctica. Er is minder sneeuw en ijs door de oplopende temperaturen, maar het dierenleven is ongekend. De eerste pinguïnkuikens zijn te zien vanaf half december op Antarctica en de eerste zeehondenpups zijn te zien op South Georgia. Het is het broedseizoen voor de zeevogels die leven op de subantarctische eilanden, zoals de albatros.

Van januari tot eind februari wachten scharen van jonge dieren dicht op elkaar op de komst van hun ouders met voedsel; een onvergetelijk schouwspel.

Februari tot en met maart is het najaar. Het is de beste periode om walvissen gade te slaan en de beste periode om zuidwaarts te varen over de poolcirkel, omdat er in deze periode niet veel pakijs is. Jonge pinguïns gaan in de rui, alvorens zij eind februari het nest verlaten. Na verloop van tijd volgen de ouders de jongen en migreren, alvorens de winter invalt.